Home » Leesbegeleiding

Leesbegeleiding

Ik kan uw kind dat moeite heeft om tot lezen te komen, of waarbij de taalspraakontwikkeling moeizaam verloopt helpen. Ik gebruik hierbij de mooie methodes Leespraat en Lezen moet je dóén.

Sinds 2015 werk ik met Lezen moet je dóén en sinds januari 2020 werk ik daarnaast met Leespraat.

Ik kan de leesbegeleiding aan huis of op de school/dagbesteding van het kind komen geven. Het tarief van de begeleiding is € 22 per half uur

Leespraat

Wat is Leespraat?

Voor de meeste kinderen met een handicap zoals bv het Downsyndroom verloopt de taalspraakontwikkeling moeizamer. Zij begrijpen veel meer taal dan zij zelf (vlot)kunnen produceren (dysfactische stoornis). De ontwikkeling van het praten wordt bemoeilijkt door problemen met het gehoor en met het auditief (via het gehoor) verwerken van informatie. Visueel zijn zij bijna allemaal relatief sterk, en van deze sterke kant maken wij bij Leespraat gebruik. 

Leespraat is een methode waarbij de ontwikkeling van praten en lezen hand in hand gaat. De leesdoelen zijn steeds gekoppeld aan de communicatiedoelen. De leeswoordenschat houdt in iedere fase sterk verband met de woorden en zinnen die het kind nodig heeft in de communicatie met zijn
of haar omgeving. Om het kind te helpen bij het beter leren praten is het belangrijk dat het kind ook daadwerkelijk vooruit gaat in het lezen. Hoe vaardiger het kind is in het lezen, hoe beter dit ingezet kan worden om het praten in zinnen te bevorderen en de uitspraak van klanken en woorden te verbeteren.

Voor wie is Leespraat?

Leespraat is bedoelt voor alle kinderen met een duidelijk vertraagde ontwikkeling met name op het gebied van de spraak-taal ontwikkeling, deze methode is dus heel geschikt voor meervoudig gehandicapte kinderen, maar ook voor kinderen in het gewone basisonderwijs en voor volwassenen die moeite hebben met lezen. Leespraat kan al ingezet worden vanaf de leeftijd van 2 jaar.

Om de kloof tussen het globaal lezen (leren lezen om te leren praten) en het lezen op school te overbruggen, heeft Hedianne Bosch de methode Leespraat ontwikkeld.

Bijzondere kenmerken van de methode Leespraat zijn:

  • betekenisvol lezen vanaf het begin  (lezen is begrijpend lezen)

  • eigen leefwereld staat centraal  (lezen gekoppeld aan beleven)

  • lezen om te leren praten  (stimuleren van het praten, zinslengte uitbreiden, uitspraak verbeteren)

  • vroeg begonnen is veel gewonnen, maar liever later ingestapt dan de trein gemist.

  • doorgaande lijn tijdens de schoolperiode, waarbij lezen en praten hand in hand blijven gaan

  • het visuele gaat vooraf aan het auditieve en ondersteunt de ontwikkeling daarvan

  • het leesproces verloopt van globaal naar analytisch

  • kinderen leren lezen zoals volwassenen lezen: directe woordherkenning/ herkenning woorddelen/deel van een onbekend woord verklanken.

In plaats van het leren lezen via het spellen van woorden, zoals gebruikelijk in groep 3 van de basisschool, leren kinderen direct de hele woorden herkennen. Ze zien het in eerste instantie net zoals ze een plaatje herkennen. Je neemt hiervoor woorden uit de belevingswereld van het kind.
Als een kind circa 50 woorden kent kan het al een eigen gemaakt boekje lezen. Vanaf dat punt kan stapsgewijs naar een meer analytische benadering toe gewerkt worden.
Het kind leert beginletters herkennen en ziet overeenkomsten tussen lettergrepen en andere woorddelen. Op deze manier leert het geleidelijk aan ook nieuwe woorden lezen.

 

Lezen moet je dóén

Lezen moet je dóén is een leesmethodiek die bedoelt is voor kinderen waarbij het leren lezen vertraagt of stagneert. Het is ook geschikt voor kinderen met Nederlands als tweede taal (NT2) die op basaal niveau willen leren lezen.

De methode Lezen moet je dóén is ontstaan vanuit het concreet ervaren van de klanken en letters. Het leesproces ontwikkelt zich door het gebruik van beeldschrift: elk woord wordt weergegeven door een plaatje of picto. Door deze picto’s aaneen te sluiten ontstaan er zinnen. Dit noemen we pictolezen. Aan de picto’s wordt later het letterschrift wordt gekoppeld. Zo leert uw kind op eigen wijze het lezen.

De methode Lezen moet je dóén is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • Het pictolezen: het aanleren van de picto’s, waarbij de nadruk ook op het begrijpen van de picto’s ligt. Beeldschrift waarbij elk woord wordt weergegeven met een plaatje of picto noemen we pictolezen. Pictolezen bevordert het schriftbewustzijn. Die plaatjes kun je lezen! Aan dit pictolezen worden vervolgens letters toegevoegd.
  • Het aanleren van letters met behulp van klankgebaren: er wordt een relatie gelegd tussen wat je hoort (de klank), wat je zegt (articulatie) en wat je ziet ( de letter).
  • Het aanleren van de lettervormen: de letters zijn geanalyseerd in 10 grondvormen (o.a. lange stok, korte stok, rondje). Door de letters vanuit hun grondvorm te leren analyseren en deze vormen te verwoorden kan de leerling gemakkelijker het bijbehorende gebaar en dus ook de klank oproepen.
  • Lezen wat je kunt: Hiermee wordt de overgang van het beeldschrift – het pictolezen naar het letterschrift gemaakt. 
  • Kijken en kiezen: een digitaal programma wat na een aantal weken ingezet kan worden. Het kind wordt uitgedaagd om het leesproces op de juiste manier aan te pakken. Het kan niet anders dan eerst de leesopdracht lezen voordat de plaatjes waaruit gekozen kan worden op het scherm verschijnen. Pas na het lezen kan voor het juiste plaatje worden gekozen. Dus: eerst kijken en dan kiezen.

De methodiek is ook heel goed inzetbaar in het basisonderwijs en met name ook bij meervoudig gehandicapte kinderen. Met het aanleren van de vormen en klankgebaren kan al begonnen worden voordat er met het echte leesonderwijs gestart wordt. Voor het leren lezen is het belangrijk om losse klanken te kunnen koppelen tot een betekenisvol woord: de klanksynthese. De klankgebaren helpen om de klanken goed te leren uitspreken. In een later stadium kan de letter aan het gebaar worden gekoppeld en is de cirkel rond: De letter roept het gebaar op en het gebaar roept de klank in herinnering. Het begrijpend lezen wordt hiermee vanaf het allereerste begin centraal gezet.

De volledige methodiek bestaat dus uit:

  • Klankgebaarkoppeling
  • Klanksynthese en woordbegrip
  • Pictolezen
  • Basisvormen en letterkennis
  • Woorden lezen en begrijpen